Voorlezen aan baby’s

Waarom voorlezen?
We weten uit onderzoek dat het op jonge leeftijd voorlezen van kinderen een enorm positief effect heeft op de taalontwikkeling van kinderen. Bij kinderen van 15 maanden is het verschil al meetbaar tussen kinderen die wél en niet zijn voorgelezen. Dit eerst kleine verschil wordt tijdens het opgroeien steeds groter. Kinderen starten dan dus op de basisschool met veel minder kennis van woorden. Dit is weer heel nadelig als je op school moet begrijpen wat er gezegd wordt. Daarom kun je niet vroeg genoeg beginnen met voorlezen.

Wanneer lees je voor?
Kies een vast voorleesmoment. In het dagelijks voorlezen is het voor de kinderen heerlijk om te weten wanneer hun voorleesmoment valt. Baby’s hebben veel behoefte aan ritme en regelmaat . Bovendien is het voor onszelf ook handig het voorlezen mee te nemen in de dagelijkse routine.

Er zijn natuurlijk ook andere situaties waarin je goed kunt voorlezen. Wanneer je bijvoorbeeld een moment van rust wil inlassen of wanneer je kind wat extra aandacht nodig heeft.

Hoe lees je voor?
Allereerst is hierbij de persoonlijke aandacht van de volwassenen érg belangrijk. Even fijn bij elkaar zitten en de aandacht richten op de jongsten. Ze krijgen op deze manier positief contact en positief verbale input.

Houd tijdens het voorlezen je baby zo, dat je oogcontact kunt maken. Kies een afbeelding in het boekje en laat deze goed zien. Houd het boekje zo stil mogelijk, zeker als je baby nog heel klein is. Draait je kind de oogjes of het hoofdje weg, gun het dan even rust. Een of een paar afbeeldingen laten zien is genoeg. Het boek hoeft niet in een keer uit; jaag het er niet doorheen.

Laat je stem horen, wat je zegt is eigenlijk niet zo belangrijk. Benoem wat er te zien is, maak bijpassende geluiden of zing een liedje! Liedjes zingen is goed voor de taalontwikkeling en het is heel gezellig voor je baby.

Welke boeken lees je?
·       Kies voor zachte, stoffen boekjes zonder scherpe hoeken en losse onderdelen. Je baby kan het boekje dan zelf vasthouden, onderzoeken en bekijken.

·       Kies voor contrasterende kleuren (ook zwart-wit). Ook zogenoemde voel- en knisperboekjes, gemaakt van verschillende materialen en structuren, vinden jonge kinderen interessant.

·       Vanaf 2 maanden, kun je al samen in een boekje naar eenvoudige plaatjes kijken. Maak bijvoorbeeld geluiden bij de dieren die erin staan.

·       Baby’s vanaf zo’n 10 maanden kunnen soms al dingen aanwijzen, bijvoorbeeld als je vraagt waar een dier is.

 

Terug naar overzicht